Sajoer lodeh

Indonesisch gestoofd groentegerecht

Terug naar:   DE HOMEPAGE (beginpagina)     

DE VORIGE PAGINA

RECEPT VOOR

4 - 6 personen

INFO: Sajoer lodeh is een stoofgerecht waarin de gebruikte groente kan verschillen, afhankelijk van wat de kok wil gebruiken. Over de mate waarin de groenten gaar gekookt moeten worden zijn de meningen verdeeld.

De opzet van dit recept is zo dat het ook makkelijk te maken is voor degenen die de Indische keuken niet in de genen hebben en alle specifieke keukenspullen en kruiden daarvoor niet in huis hebben.

WEETJE: Sajour betekent groente en lodeh zacht gekookt. In een tijd dat alles beetgaar gekookt wordt is het moeilijk voor te stellen, maar vroeger (en niet eens langer dan 50 jaar geleden), was dat ook zo. Sajour lodeh werd toen bijna altijd een dag van te voren gemaakt en de volgende dag opgewarmd omdat de smaak dan goed door kon trekken. Met als resultaat: Zachte groenten..........

SERVEERTIP: Eet Sajoer lodeh als groentegerecht bij een maaltijd (met of zonder de saus). Omdat het goed van tevoren bereid kan worden is het ook een aanrader als onderdeel van een rijsttafel.

Of - helemaal van deze tijd - serveer een beetgaar gekookte versie als soep (eventueel met gekookte eieren er in, vervang voor een vegetarische versie de kippenbouillonblokjes door groente bouillonblokjes of zout naar smaak).


BEREIDINGSTIJD:


BEREIDEN:

Maak eerst het kookvocht:

Pel de ui en knoflook.

 

Snipper de ui en maak met behulp van een vijzel een pasta van de ui en knoflook

of
rasp de ui met een grove rasp of snipper hem zo fijn mogelijk. Snijd of hak de knoflook fijn.

Verhit de olie in een gewone kookpan en doe de ui, knoflook en alle andere kruiden die bij het kruidenmengsel links hiernaast vermeld zijn er in.

 

Fruit alles - op een matige hittebron, al roerend - een paar minuten zachtjes in de olie.
 

Voeg de kokosmelk toe.
 

Verkruimel de bouillonblokjes boven de pan en doe ze er in.

 

Voeg de suiker, het citroensap en (eventueel) de geraspte citroenschil toe en roer alles door elkaar.

Maak nu de groenten schoon en snijd ze in stukjes (circa 1  tot 2 centimeter groot). Houd ze apart en begin met de groenten die het langst gekookt moeten worden (een voorbeeld  boontjes, wortel, bloemkool, witte kool, broccoli, spitskool, bamboescheuten (uit blik), taugé (bij de bewaarversie pas toevoegen tegen het einde van het opwarmen).

 

Degenen die snel genoeg zijn kunnen de groenten steeds meteen in de pan doen en zachtjes laten koken, anderen kunnen beter eerst alles snijden en de groenten daarna met circa 2 minuten tussenpoos in de pan doen

 

Nu zijn er twee mogelijkheden:

1: Zodra de laatste groente in de pan zit het gerecht even kort doorkoken, daarna snel afkoelen (zet de pan in een bak met koud water en ververs dat een keer) en de volgende dag opwarmen. Op deze manier trekt de smaak goed door het gerecht, maar worden de groenten wel zachter.

Tip: Bind het kookvocht na het opwarmen  als het erg dun is nog even een beetje met maïzena (klik hier voor een tip) , maar maak het niet te dik, dit is niet gebruikelijk

2: Laat het gerecht nog zo lang zachtjes koken tot de groenten beetgaar zijn en serveer meteen of

maak er soep van: Voeg nog een halve liter water en kippenbouillonblokjes toe.

 


 

BENODIGDHEDEN:

2 eetlepels olie
1000 tot 1250 gram groente (altijd een mix van stevige soorten, kies bijvoorbeeld uit:
worteltjes, sperziebonen, bloemkool, broccoli, witte kool, spitskool, peulen, bamboescheuten (uit blik) of taugé

4 deciliter kokosmelk (uit blik, eventueel de 'light' soort)

kippenbouillonblokjes (voor 1/2 liter bouillon)

1/2 eetlepel licht bruine basterdsuiker of rietsuiker
1 eetlepel citroensap + 1 theelepel fijn geraspte citroenschil  (alleen het gele deel van een onbespoten citroen, anders niet gebruiken), zie: Info
 

eventueel: 1 - 2 eetlepels maïzena

 

voor het kruidenmengsel (de boemboe): (alle theelepels afgestreken),
1 flinke ui (circa 150 gram)
2 teentjes knoflook
1 - 2 theelepels sambal oelek (of verse rode peper naar smaak)
2 theelepels laospoeder, zie: Tip
1 theelepel koenjit (= kurkuma / geelwortel), zie: Tip
3 theelepels ketoembar (= gemalen korianderzaad), zie: Tip
1-1/2 theelepel djinten (= gemalen komijnzaad), zie: Tip


Info: In Indonesië worden voor  de citroensmaak in dit gerecht  (2) stengels sereh (citroengras) en (3) daon salam (bladeren van de kaffir limoen) gebruikt. Is vaak lastig aan te komen en werkt alleen goed als de smaak goed door kan trekken. Tip: Gebruik in Indische gerechten geen laurierbladeren (ze worde ten onrechte wel als vervanging voor daon salam genoemd, maar ze smaken totaal anders).

 

Tips:

De koenjit wordt vooral voor de kleur toegevoegd en kan eventueel gewoon weglaten worden.
 

De 2 theelepels laospoeder kunnen eventueel vervangen worden door

1 theelepel gemberpoeder (djahé)

 

Laat de meer algemene kruiden zoals koriander, komijn en gember niet weg maar schaf ze aan! Ze worden o.a ook gebruikt in gerechten uit India, Mexico en Afrikaanse landen.

TIP: Dit recept afdrukken? Gebruik de functie Bestand - Afdrukken (Engels: File - Print) van de Browser

Terug naar:   DE HOMEPAGE (beginpagina)     

DE VORIGE PAGINA

Hoewel deze pagina met veel zorg is samengesteld, kunnen er fouten in staan. ' De Kooktips Homepage' aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid  voor eventuele schade, ontstaan door het gebruiken van informatie op deze pagina. Het auteursrecht (copyright, ©) en alle andere van toepassing zijnde commerciële rechten, zijn onverkort voorbehouden aan 'de Kooktips Homepage'